Telefoongebruik van ouders: wat jullie kinderen zien als jullie scrollen
Niet de lange sessies op de bank doen het meest, maar de duizend keer drie seconden. Wat onderzoek zegt over ouders, telefoons en de aandacht die kinderen ervaren.

Het is zes uur. Het eten staat op tafel, er wordt iets verteld over een proefwerk, en jij kijkt net even naar beneden omdat er een berichtje binnenkomt. Drie seconden. Je kijkt weer op en vraagt: wat zei je? Het telefoongebruik van ouders bestaat zelden uit lange sessies op de bank. Het bestaat uit duizend van die drie seconden, verspreid over een dag.
Bijna elke ouder die bij ons aan tafel zit, heeft hier een licht schuldgevoel over. En bijna niemand weet wat je er dan mee moet, want de telefoon gaat niet weg. Wij denken dat de vraag ook niet is hoe jullie minder op je scherm kijken. De vraag is of jullie kind, en jullie partner, merken dat je er weer bent als je opkijkt. Dat is een veel haalbaarder verlangen, en het levert meer op.
Wat telefoongebruik van ouders met kinderen doet
Onderzoekers hebben er een woord voor bedacht: technoference. Het staat voor de alledaagse onderbrekingen in het contact tussen mensen door apparaten. Niet de grote afwezigheid, maar het voortdurend even wegglippen: tijdens het voorlezen, aan tafel, tijdens het spelen.¹
De cijfers die daarbij horen, zijn confronterender dan het woord. In onderzoek van McDaniel en collega's gaf 65 procent van de moeders aan dat technologie het contact met hun jonge kind minstens soms onderbrak tijdens het spelen. Bij het voorlezen was dat 36 procent, aan tafel 26 procent, bij het naar bed brengen 26 procent. En zelfs tijdens het corrigeren van hun kind, dus midden in een opvoedmoment, gold dat voor 22 procent.¹
Dit zelfde onderzoek vond een verband met gedragsproblemen bij kinderen, en met een lagere ervaren kwaliteit van het samen ouder zijn.¹ Dat laatste is het stukje dat vaak over het hoofd wordt gezien: het gaat niet alleen om de band met je kind. Het gaat ook om hoe jullie tweeën als ouders functioneren.
Recenter Amerikaans onderzoek keek naar tieners. Zeshonderd jongeren tussen de 12 en 17 vulden in hoe vaak zij hun ouder als afgeleid of onbereikbaar ervoeren door een apparaat. Hoe hoger die score, hoe sterker de kenmerken van een onveilige hechting, zowel angstig als vermijdend, en dat gold voor vaders én moeders.²
De vraag die het onderzoek startte
Het mooiste aan dat tieneronderzoek is hoe het begon. Hoofdonderzoeker Don Grant merkte in zijn praktijk dat jongeren steeds vaker klaagden over de telefoon van hun ouders. Een kennis vertelde hem wat haar dochter had gevraagd.
„Houd jij meer van je telefoon dan van mij?”
Dat is geen wetenschappelijke maatstaf, maar wel precies de zin die het onderwerp opent. Want geen enkele ouder zou hier ja op zeggen. En toch is dat wat een kind afleidt uit wat het ziet: als er iets binnenkomt, gaat de blik naar het schermpje. Kinderen meten liefde niet in uren. Ze meten in waar je ogen heen gaan als er iets om je aandacht vraagt.
Wij zien aan onze tafel hetzelfde gebeuren tussen partners. „Hij hoort me wel, maar hij kíjkt niet op.” Het is dezelfde valuta.
Wat we onlangs aan onze keukentafel hoorden
Stel je een stel voor met twee kinderen, druk werk en een avondroutine die op een logistieke operatie lijkt. Ze komen niet voor de telefoon. Ze komen omdat ze zich allebei alleen voelen in hun eigen huis.
We vragen wanneer ze voor het laatst een gesprek hadden dat niet over organisatie ging. Ze kijken elkaar aan. Hij zegt: „In de auto naar mijn moeder, in juli.” Zij knikt. Het is september.
Dan vertelt zij iets wat ze zelf pas halverwege haar zin doorheeft. Hun dochter van negen had een paar weken eerder gezegd: „Ik wacht wel tot je klaar bent.” Niet boos. Behulpzaam. Zij had het gehoord als meegaand, en pas later als iets anders.
Wat ons trof is dat de telefoon hier het symptoom was, niet de ziekte. Deze twee mensen keken niet naar hun scherm omdat het scherm zo boeiend was. Ze keken ernaar omdat er tussen hen al maanden niets meer te zien viel. De telefoon vult een leegte; hij maakt hem niet.
Dat is ook waarom „gewoon minder op je telefoon” bij hen niet werkte. Ze hadden het geprobeerd. Wat wel werkte, was een half uur per week waarin ze iets bespraken dat geen agendapunt was. De schermtijd zakte daarna vanzelf.
Waarom „de telefoon weg” zelden de oplossing is
Er is in Nederland een sterke beweging richting strengere regels: leeftijdsnormen, telefoonvrije scholen, afspraken over schermtijd. Daar valt veel voor te zeggen. Maar in een relatie werkt een verbod op dezelfde manier als een dieet: het houdt drie weken stand en laat daarna een schuldgevoel achter.
Bovendien is de telefoon in veel gezinnen ook gewoon nuttig. Het is de agenda, de boodschappenlijst, het contact met school, en soms het enige moment van ontspanning op een dag die verder van iemand anders was. Wie doet alsof al dat gebruik verspilling is, verliest het gesprek voordat het begint.
Wij denken dat het verschil niet zit in hoeveel, maar in wanneer. Een half uur scrollen als de kinderen slapen is iets anders dan drie seconden wegkijken op het moment dat iemand je iets vertelt. Het eerste kost tijd. Het tweede kost vertrouwen.
Wat dit onderzoek niet zegt
Nu de eerlijkheid, want we willen geen angst verkopen. Het tieneronderzoek is correlationeel. Het meet niet hoeveel ouders daadwerkelijk op hun telefoon zitten, maar hoe hun kind dat belééft. En het is denkbaar dat jongeren die al onzeker gehecht zijn, het gedrag van hun ouders eerder als afwijzend lezen. Omgekeerde oorzaak en gevolg valt niet uit te sluiten, en de onderzoekers zeggen dat zelf ook.²
Er zit bovendien een generatie-aanname in die je met een korrel zout mag nemen: dat millennialouders extra kwetsbaar zouden zijn omdat zij als eersten met digitale technologie opgroeiden.² Speculatief, wat ons betreft. Elke generatie ouders heeft iets gehad waar de vorige zich zorgen over maakte, van de televisie tot de walkman.
Wat er overblijft is bescheidener en bruikbaarder: hoe je kind jouw aandacht ervaart, hangt samen met hoe veilig het zich voelt. Dat is geen nieuwe wet. Dat is de oude wet, met een nieuw apparaat erin.
Wat jullie kinderen hieruit leren over liefde
Kinderen leren wat een relatie is door naar jullie te kijken. Niet naar wat jullie zeggen over aandacht, maar naar wat er gebeurt als de telefoon trilt terwijl papa iets vertelt. Zien ze dat mama doorluistert? Of zien ze dat het gesprek even op pauze gaat voor iemand die er niet is?
Dat is meteen het hoopvolle deel. Je hoeft het niet perfect te doen. Een kind dat ziet dat zijn ouders zichzelf betrappen, de telefoon omdraaien en zeggen „sorry, ga door”, leert iets waardevollers dan een kind dat ouders zonder telefoon ziet. Het leert dat aandacht een keuze is die je steeds opnieuw maakt.
En je partner leert hetzelfde. Dat is de stille winst van dit onderwerp: elke keer dat je opkijkt voor je kind, oefen je iets wat je relatie ook nodig heeft.
Vijf dingen die jullie deze week kunnen proberen
Kies momenten, geen limieten. Spreek af wanneer de telefoon niet aanwezig is: aan tafel, tijdens het voorlezen, het eerste kwartier na thuiskomen. Dat is concreter dan een schermtijddoel en je merkt meteen of het lukt. En het sluit aan bij waar het onderzoek naar wijst: onderbroken momenten wegen zwaarder dan totale minuten.¹
Kijk op als iemand je aanspreekt, ook als je niet stopt. De aanbeveling uit het tieneronderzoek is opvallend bescheiden: reageer als je kind om aandacht vraagt, al is het maar door even op te kijken en te laten merken dat je het hoort.² Dat kost je een seconde en het verandert wat er wordt onthouden.
Draai het scherm om in plaats van hem weg te leggen. Wegleggen voelt als een offer en dus als iets tijdelijks. Omdraaien is kleiner, en juist daardoor houd je het vol. Het zichtbare scherm is wat de blik trekt, niet het apparaat zelf. Zorg dan ook dat de piepjes en bliepjes op stil staan.
Zeg het hardop als je even weg bent. „Ik moet dit één minuut afmaken, daarna ben ik er” is oneindig veel beter dan een afwezige „hmm”. Het verschil tussen afwezig zijn en onaangekondigd afwezig zijn is voor een kind, en voor een partner, het hele verschil.³
Zoek de leegte achter het scrollen. Als een van jullie vooral 's avonds op de bank verdwijnt in het scherm, is de vraag niet hoe je dat afleert. De vraag is wat er zou gebeuren als het scherm er niet was. Soms is het antwoord: stilte waar we niet goed raad mee weten. Dat is bruikbare informatie, geen aanklacht.³
Veelgestelde vragen
Is het telefoongebruik van ouders echt schadelijk voor kinderen? Er is een consistent verband gevonden tussen hoe vaak kinderen hun ouder als afgeleid ervaren en hechtingsonzekerheid, en tussen technologische onderbrekingen en gedragsproblemen.¹ ² Maar het gaat om samenhang, niet om bewezen oorzaak. Zie het als een signaal, niet als een diagnose.
Hoeveel schermtijd mag ik als ouder hebben? Daar bestaat geen getal voor, en dat is goed nieuws. Het onderzoek wijst niet naar totale minuten maar naar onderbroken momenten. Een uur scrollen als iedereen slaapt telt anders dan tien keer wegkijken tijdens het avondeten.
Mijn partner zit constant op zijn telefoon - hoe bespreek ik dat? Begin niet bij het apparaat maar bij wat je mist. „Ik mis je 's avonds” opent een gesprek; „jij zit altijd op je telefoon” opent een verdediging. En kijk eerlijk of er iets is waar jullie samen niet meer aan toekomen.
Werkt een telefoonverbod aan tafel? Vaak wel, mits het voor iedereen geldt. Een regel die alleen voor de kinderen geldt, leert ze vooral dat regels met leeftijd verdwijnen. Een afspraak die jullie zelf ook merkbaar kost, werkt beter dan tien regels die alleen naar beneden wijzen.
Onze kinderen zijn al tieners, is het te laat? Nee. Hechtingsstijlen worden vroeg gevormd maar liggen in de tienerjaren nog niet vast; ze zijn in beide richtingen beïnvloedbaar.² Bij tieners werkt opkijken zelfs extra hard, juist omdat ze minder vaak iets vragen.
En als wij als ouders het oneens zijn over telefoonregels? Dan is dat het eerste gesprek, niet het tweede. Regels die maar door één ouder gedragen worden, houden geen week stand, en ze zetten jullie tegenover elkaar in plaats van naast elkaar.
En dan nog dit...
Het telefoongebruik van ouders is geen karakterfout en zelden een teken dat er iets mis is met jullie gezin. Het is meestal een gewoonte die is gaan groeien in een ruimte die om andere redenen leeg werd. Wij zouden dus niet beginnen bij het apparaat, maar bij de vraag eronder. Wanneer hebben jullie voor het laatst iets besproken dat geen agendapunt was?
Lees meer: [Hoe jouw mobiel stiekem de intimiteit met je partner sloopt](https://deliefdebouwers.nl/blog/relatie/hoe-jouw-telefoon-stiekem-de-intimiteit-met-je-partner-sloopt)
Verantwoording
- ¹ McDaniel, B.T. & Radesky, J.S. (2018). Technoference: Parent Distraction With Technology and Associations With Child Behavior Problems. Child Development, 89(1), 100-109: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1111/cdev.12822 - en McDaniel & Radesky (2018), Technoference: longitudinal associations between parent technology use, parenting stress, and child behavior problems, Pediatric Research: https://www.nature.com/articles/s41390-018-0052-6
- ² Daan Petersen, „We maken ons zorgen over schermtijd van kinderen, maar de telefoon van hun ouders is minstens zo schadelijk”, Scientias.nl, 18 juni 2026: https://scientias.nl/we-maken-ons-zorgen-over-schermtijd-van-kinderen-maar-de-telefoon-van-hun-ouders-is-minstens-zo-schadelijk/ - over het onderzoek „Mommy, Do You Love Your Phone More Than Me?” in Frontiers in Psychology: https://doi.org/10.3389/fpsyg.2026.1766665
- ³ Tips gebaseerd op de Gottman Method (John & Julie Gottman), op Emotionally Focused Therapy (Sue Johnson) en op Integrative Behavioral Couple Therapy (Andrew Christensen & Neil Jacobson).
- ⁴ Pointer (KRO-NCRV), „Ouders willen duidelijke leeftijdsnormen voor smartphones en sociale media”: https://pointer.kro-ncrv.nl/ouders-willen-duidelijke-leeftijdsnormen-voor-smartphones-en-sociale-media